Ga naar inhoud
De overgang en leefstijl - Dr Maaike de Vries en gyneacoloog Dr Manon Kerkhof Inschrijven
Artikel

Waarom gedragsverandering zo moeilijk is (en hoe je het makkelijker maakt)

Kernboodschap: Nieuw gedrag volhouden lukt lastig doordat je bewuste brein minder goed werkt bij stress, vermoeidheid of veel keuzes, waardoor je terugvalt in oude gewoontes. Motivatie en discipline alleen zijn niet genoeg; kleine stappen, een plan en steun maken volhouden haalbaarder.

Gepubliceerd: Bijgewerkt:
gedragsverandering

Foto: Ann H via Pexels (Pexels License)

Je hebt een goed voornemen en begint vol motivatie. Toch lukt het vaak niet om een nieuwe gewoonte vol te houden. In het begin gaat het prima, maar na een tijdje wordt het lastiger. Oude gewoontes blijken sterker dan je dacht en het dagelijkse leven vraagt ook gewoon om aandacht. Hoe komt dat? En waarom is veranderen vaak moeilijker dan je verwacht? In dit artikel lees je waarom gedragsverandering zo lastig is, wat er in je brein gebeurt wanneer je iets nieuws probeert aan te leren en welke praktische tips je helpen om verandering wél vol te houden.

Kernboodschappen van dit artikel (leestijd 10-12 minuten)

  • Gewoontes versus routines: Gewoontes zijn dingen die bijna vanzelf gaan. Niet alles wat je doet, kan een gewoonte worden. Sommige dingen kunnen wel een duurzame routine worden, maar zullen nooit bijna vanzelf gaan.
  • Gedrag gebeurt vaak op automatische piloot: Veel van wat je doet gaat automatisch, zonder dat je erover nadenkt. Dat bespaart energie, maar maakt het lastig nieuwe gewoontes aan te leren.
  • Het resultaat duurt vaak even: Nieuwe gewoontes geven niet meteen zichtbaar resultaat. Focus ook op kleine signalen van vooruitgang zoals meer energie of beter slapen.
  • Motivatie en discipline zijn niet genoeg: Motivatie kan veranderen en je kan niet altijd leunen op discipline. Kleine stappen, een plan, routines en steun van anderen zijn nodig om vol te houden.
  • Emoties, stress en beslissingsvermoeidheid spelen mee: Moe, gestrest of emotioneel zijn maakt het lastiger om bewuste keuzes te maken. Vooraf plannen en pauzes nemen helpt om terugval te voorkomen.
  • Je omgeving beïnvloedt je gedrag: De mensen om je heen en je fysieke omgeving sturen onbewust je keuzes. Kleine aanpassingen en steun van anderen maken het makkelijker om nieuwe gewoontes vol te houden.
  • Sommige mensen hebben meer moeite met verandering: Karakter en mentale gezondheid spelen een rol. Structuur, kleine stapjes en steun zijn dan extra belangrijk.

1. Niet alles wordt een gewoonte

Veel mensen willen gedrag veranderen: gezonder eten, meer bewegen, minder stress, of vaker contact met vrienden. Vaak wordt gedacht dit nieuwe gedrag een gewoonte moet worden. Het is belangrijk om te begrijpen dat niet alles wat je doet een gewoonte is. Een gewoonte is iets dat je bijna automatisch doet. Je hoeft er bijna niet over na te denken.

Dingen als sporten, gezond eten vragen bewuste herhaling en aandacht. Dit zijn routines en geen gewoontes. Ze kunnen wel duurzame routines worden. Dit betekent dat je ze regelmatig doet en dat ze een vast onderdeel van je leven worden. Veel nieuw gedrag valt onder de categorie routine en niet onder nieuwe gewoontes.

Soort gedrag

Wat is het?

Voorbeelden

Gewoonte

Iets wat bijna vanzelf gebeurt, zonder nadenken.

Tandenpoetsen
Koffie drinken in de ochtend
Je telefoon pakken zodra je wakker wordt
Na het eten iets zoets nemen

Routine

Een serie bewuste acties die je regelmatig herhaalt. Het kost energie en aandacht, vooral in het begin.

Sporten
Wekelijks maaltijden plannen
Drie keer per week wandelen na het eten
Een avondroutine

Door dit verschil te kennen, weet je beter wat je kunt verwachten. Als je verwacht dat bijvoorbeeld sporten een gewoonte moet worden, kan het frustrerend zijn als het nog steeds veel energie kost. Nu weet je dat een routine nooit bijna automatisch gaat en kun je hier rekening mee houden. In dit artikel gebruiken we voor de leesbaarheid ‘gewoontes’ als verzamelterm voor routines en gewoontes.

2. Waarom is het zo moeilijk om gedrag te veranderen?

Waarom is het zo moeilijk om nieuwe gewoontes aan te leren?

Er zijn verschillende redenen waarom verandering zo lastig is. Hieronder vind je de belangrijkste.

2.1 Een groot deel van onze dag leven we op de automatische piloot

Je neemt elke dag heel veel beslissingen, zowel kleine als grote. Over wat je aantrekt, wat je eet, hoe je reageert op stress en of je wel of niet gaat sporten. Als we over alles bewust nadenken, krijgen we nauwelijks iets gedaan. Daarom gebeurt een groot deel van ons gedrag automatisch, zonder dat we er bewust bij stilstaan.

Veel psychologen leggen ons gedrag uit aan de hand van twee systemen in ons brein: het snelle, automatische systeem en het langzame, bewuste systeem.


Het snelle, automatische systeem (automatische piloot)

Het langzame, bewuste systeem (bewuste controller)

Verantwoordelijk voor

  • Routinehandelingen zoals tandenpoetsen en autorijden 
  • Gewoontes zoals koffie halen bij binnenkomst op werk 
  • Impulsieve reacties zoals snacken bij stress
  • Doelen stellen en plannen maken 
  • Verleidingen weerstaan 
  • Nieuwe keuzes maken 

Kenmerken 

Snel, automatisch, kost geen of weinig energie, herhaalt oude patronen

Langzaam, bewust, kost veel energie, snel uitgeschakeld bij energie, vermoeidheid of emotie [1]

Je brein kiest het liefst voor wat het kent. Dat is handig, want dat bespaart energie. Tegelijkertijd heeft het ook een nadeel. Het maakt namelijk het aanleren van nieuw gedrag lastig. Als je even niet oplet, val je makkelijk terug in oude gewoontes. Sociaal psycholoog Roos Vonk vergelijkt dit met een paard en een ruiter. Het paard (je automatische brein) doet wat het altijd doet, terwijl de ruiter (je bewuste brein) hard moet werken om het in een andere richting te sturen [2].

2.2 Het resultaat duurt vaak even

Ons automatische brein is van nature gericht op de korte termijn. Dingen die meteen plezier of voordeel geven, wegen zwaarder dan hetzelfde voordeel dat pas later komt [3]. Onze snelle maatschappij versterkt dit effect nog meer.

Alles moet het liefst meteen resultaat opleveren, waardoor we gewend raken aan directe beloning. Bij leefstijlveranderingen speelt dit een belangrijke rol. Vaak is pas na weken of maanden effect te zien. Denk aan gezonder eten om af te vallen, meer bewegen om sterker te worden of vaker je grenzen stellen om stress te verminderen. In het begin lijkt het vaak alsof er niets gebeurt.

Geduld is daarom erg belangrijk. Sommige mensen vinden het makkelijker om te wachten op een beloning die pas later komt, terwijl anderen sneller kiezen voor iets kleins en direct. Die verschillen in geduld en focus op korte of lange termijn kunnen bepalen hoe lastig het is om een goed voornemen vol te houden.

Toch zijn er vaak al eerder kleine resultaten. Je voelt je energieker, slaapt beter of loopt makkelijker de trap op. Deze subtiele veranderingen zijn ook vooruitgang. Vaak valt dit minder op, omdat je vooral gericht bent op je doel.

Het is daarom belangrijk om niet alleen naar het eindresultaat te kijken, maar ook te zien wat je al wél hebt bereikt.

De weg is de bestemming
Bij verandering gaat het niet alleen om het eindresultaat. Juist wat je onderweg doet, telt. Door aandacht te hebben voor je dagelijkse stappen zie je sneller vooruitgang, leer je wat voor jou werkt (en wat niet) en blijf je gemotiveerd. Zie fouten en lastige momenten niet als falen, maar als leermomenten. Elke stap is al resultaat.

2.3 Er is meer nodig dan motivatie en discipline

Veel mensen denken dat het vooral draait om motivatie en doorzettingsvermogen. ‘Als ik gewoon genoeg wil, lukt het me wel,’ hoor je vaak. Het probleem is dat motivatie op en neer gaat en discipline niet oneindig is.

Soms heb je er veel zin in, soms merk je dat het bijna niet lukt om iets op te pakken. Emoties, stress, vermoeidheid of je omgeving hebben een veel grotere invloed dan we vaak denken. Motivatie wordt ook beïnvloedt door wat je al bereikt hebt en hoe je brein reageert op beloning.

Ben je moe, gestrest of verdrietig? Dan kost het meer moeite om iets te doen. Steun van vrienden, familie of collega’s kan motiverend zijn. Negatieve reacties kunnen juist ontmoedigen. Soms vergeten we zelfs waar onze motivatie vandaan komt, bijvoorbeeld als we moe of emotioneel zijn.

Discipline betekent dat je doorzet, ook als je geen zin hebt. Maar zelfs met discipline alleen bereik je niet altijd je doelen. Discipline is als een spier. Je kunt hem trainen, maar hij raakt ook vermoeid. Om echt nieuwe gewoontes vast te houden, heb je meer nodig: kleine stappen, routines, slimme planning en steun van anderen.

2.4 Emoties, stress en beslissingsvermoeidheid

Emoties en stress hebben veel invloed op ons gedrag. Het bewuste deel van je brein werkt minder goed als je moe, boos, verdrietig of gestrest bent. Je denkt minder helder en je maakt sneller automatische keuzes. Daardoor val je makkelijker terug in oude gewoontes.

Ook stress kan dit veroorzaken. Stress kan er namelijk voor zorgen dat het deel van ons brein dat verantwoordelijk is voor bewuste planning en doelgericht gedrag minder goed werkt. Automatisch, gewoontegedrag wordt dan juist versterkt [4].

Daarnaast speelt beslissingsvermoeidheid een rol. Onderzoek laat zien dat hoe meer keuzes je gedurende de dag maakt, hoe meer je mentale energie afneemt. Dit maakt het lastiger om bewuste, goede keuzes te blijven maken. Hierdoor val je niet alleen sneller terug in oude gewoontes, maar maak je ook meer impulsieve keuzes. Daarnaast kies je bij moeilijke keuzes sneller voor makkelijkkeuzes en heb je minder zelfcontrole [5].

De invloed van emoties, stress en beslissingsvermoeidheid is bij iedereen anders. Sommige mensen reageren sterker op stress of emoties. Anderen hebben juist meer moeite met veel keuzes maken.

2.5 Je gedrag hangt sterk af van je omgeving

Wat je doet, wordt voor een groot deel beïnvloed door je omgeving (fysieke omgeving) en de mensen met wie je je dag doorbrengt (sociale omgeving).

De invloed van de fysieke omgeving

Dit is alles wat je om je heen ziet, hoort en kunt aanraken. Thuis heb je vaak de meeste invloed hierop. Denk aan wat er in de keuken ligt, hoe je werkplek eruitziet en welke spullen je bij de hand hebt. Door een opgeruimde keuken, sportkleding die klaar ligt of gezonde snacks in het zicht maak je de gezonde keuze makkelijker. Een pot snoep op tafel of snacks binnen handbereik zorgt er juist voor dat je sneller een ongezonde keuze maakt.

Buiten de deur heb je vaak veel minder controle. In winkels, op straat of op je werk kom je overal eten tegen. Fastfood, snacks, reclame en aanbiedingen zijn constant aanwezig. Marketeers proberen je keuzes te beïnvloeden en spelen in op wat mensen gewend zijn of leuk vinden. Ze gebruiken slimme trucs en technieken om je aandacht te trekken, bijvoorbeeld met aanbiedingen of speciale verpakkingen. Vaak merk je zelf niet eens dat dit je keuze beïnvloedt. Vooral als je moe bent of aan het eind van de dag, is het lastiger om weerstand te bieden. Je grijpt dan sneller naar wat binnen handbereik ligt, wat vaak iets ongezonds is.

De invloed van de sociale omgeving

De mensen om je heen hebben meer invloed op je gedrag dan je denkt. Eten jouw vrienden vaker groente? Dan is de kans groter dat jij dat ook doet. Bewegen ze veel? Dan krijg je zelf sneller zin om mee te doen. Zo blijkt uit onderzoek dat mensen gemiddeld vaak meer eten als ze met meerdere anderen samen zijn. Ook eten ze vaak sneller, waardoor ze minder snel voelen dat ze vol zitten. Dit komt deels doordat het gezellig is en je minder goed merkt dat je genoeg hebt gegeten.

Anderzijds komt dit doordat je je onbewust aanpast aan het gedrag van anderen. Als mens hebben we van nature het mechanisme om erbij te horen en niet buiten de groep te vallen, waardoor we automatisch dingen doen die sociaal normaal voelen [7].

Anderzijds kan samen gezonde keuzes maken echt helpen. Iemand die meedoet of je aanmoedigt, geeft net dat extra zetje. Je kunt elkaar motiveren, samen plannen maken of een gezonde gewoonte gezellig houden. Zelfs kleine dingen, zoals samen een wandeling maken of samen koken, kunnen helpen. Zit je omgeving echter vaak vol ongezonde keuzes of is er weinig steun? Dan wordt het lastiger om je eigen plan vol te houden.

Sommige mensen hebben extra moeite met veranderingen

Met sommige karaktereigenschappen is het lastiger om nieuwe gewoontes aan te leren. Denk aan impulsiviteit, moeite met plannen of snel afgeleid zijn. Maar naast karakter speelt ook je mentale gezondheid een rol. Psychologische stoornissen zoals ADHD, bipolaire stoornis, angst- of stemmingsstoornissen kunnen het lastig maken om gedrag te veranderen.

Zo werkt bij ADHD het beloningssysteem in de hersenen anders, waardoor directe beloning veel effectiever is dan een beloning die pas later komt. Hierdoor kan het moeilijker zijn om door te zetten bij iets dat pas op lange termijn resultaat geeft [8]. Bij een bipolaire stoornis kunnen problemen met concentratie, geheugen en plannen het moeilijker maken om gemotiveerd te blijven, ook als de stemming stabiel is [9].

Dit betekent niet dat het onmogelijk is. Het is dan extra belangrijk om kleine en haalbare doelen te stellen. Daarnaast maken structuur, kleine stapjes en steun van iemand een groot verschil.

3. Conclusie

Veranderen is lastig. Dat is geen kwestie van zwakte of gebrek aan wilskracht. Je brein werkt grotendeels automatisch, je omgeving helpt niet altijd mee en je kan niet altijd vertrouwen op motivatie. Nieuwe gewoontes vragen tijd, herhaling en aandacht. Terugval hoort daarbij.

Het helpt om realistisch te blijven. Kleine stappen, een duidelijk plan en weten waar jouw valkuilen zitten maken het verschil. Het gaat erom dat je steeds weer verder gaat, ook als het een keer niet lukt. Wil je aan de slag met het veranderen van je gedrag? Lees dan dit artikel.

Veelgestelde vragen

Hoe voorkom ik dat ik terugval?

Terugval is normaal. Het betekent niet dat je gefaald hebt. Soms kan je het niet voorkomen. Zie het dan als een leermoment en denk na over hoe je het de volgende keer beter kan doen. Je kunt de kans op terugval wel verkleinen door vooruit te plannen en kleine stapjes te zetten. Denk van tevoren na over lastige momenten en bedenk een ‘plan B’. Heb je geen zin om te koken? Dan haal je een zelfgemaakte maaltijd uit de vriezer. Zo hoef je op het moment zelf geen moeilijke keuzes te maken.

Hoe maak ik een terugvalplan?
  1. Krijg inzicht in je valkuilen
    Welke situaties of omstandigheden maken het lastig om je gewoonte vol te houden? Bijvoorbeeld tijdgebrek, stress of onverwacht bezoek.
  2. Bedenk alternatieven
    Voor elke valkuil verzin je een concrete optie die je wél kunt doen. Bijvoorbeeld: je wilt gezond lunchen, maar hebt geen tijd gehad om zelf lunch te maken. Dan koop je een bakje fruit en yoghurt.
  3. Kies haalbare acties
    Zorg dat je alternatieven makkelijk uitvoerbaar zijn, zodat je snel weer doorgaat zonder dat het voelt als falen.
  4. Leg het vast
    Schrijf je terugvalplan op of zet het in een app. Zo heb je het altijd bij de hand op lastige momenten.
  5. Evalueer en pas aan
    Kijk na een tijdje wat werkt en wat niet. Pas eventueel je plan aan.
Hoe maak ik een goede start met een nieuwe gewoonte?

Het begint met je motivatie: waarom wil je dit eigenlijk doen? Schrijf het op en houd het zichtbaar, zodat het je helpt op moeilijke momenten. Stel vervolgens een doel en maak het SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistische en Tijdsgebonden. Daarna maak je een plan: wanneer ga je het doen, hoe ga je het aanpakken en wat doe je als het even niet lukt? In dit artikel lees je alle stappen om een goede start te maken met een nieuwe gewoonte.

Ik wil heel veel veranderen aan mijn leefstijl. Kan ik beter alles tegelijk aanpakken of met één ding beginnen?

Begin liever met één haalbare verandering tegelijk. Zo houd je het overzichtelijk en vergroot je de kans op succes. Dit helpt om gemotiveerd te blijven. Later kun stap voor stap meer gewoontes toevoegen.

Bronnen
  1. Gronchi, G., Gavazzi, G., Viggiano, M. P., & Giovannelli, F. (2024). Dual‑process theory of thought and inhibitory control: An ALE meta‑analysis. Brain Sciences, 14(1), 101. https://doi.org/10.3390/brainsci14010101 DOI
  2. Vonk, R. (2019). Je bent wat je doet: Van zelfkennis naar gedragsverandering. Maven Publishing.
  3. Domínguez Rojas, M., & Velo Higueras, R. (2025). Delay discounting and anxiety: A systematic review on current evidence for clinical and non‑clinical population. Frontiers in Psychology, 16, 1645442. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2025.1645442 DOI
  4. Quaedflieg, C. W. E. M., Stoffregen, H., Sebalo, I., & Smeets, T. (2019). Stress‑induced impairment in goal‑directed instrumental behaviour is moderated by baseline working memory. Neurobiology of Learning and Memory, 158, 42–49. https://doi.org/10.1016/j.nlm.2019.01.010 DOI
  5. Decision fatigue in everyday life: Evidence from large‑scale field studies. (2025). Frontiers in Cognition, 6, 1719312. https://www.frontiersin.org/journals/cognition/articles/10.3389/fcogn.2025.1719312/full Link
  6. Mitchell, M. S., Orstad, S. L., Biswas, A., Oh, P. I., Jay, M., Pakosh, M. T., & Faulkner, G. E. (2020). Financial incentives for physical activity in adults: Systematic review and meta‑analysis. British Journal of Sports Medicine, 54(21), 1259–1268. https://doi.org/10.1136/bjsports‑2019‑101638 DOI
  7. Ruddock, H. K., Brunstrom, J. M., Vartanian, L. R., & Higgs, S. (2019). A systematic review and meta‑analysis of the social facilitation of eating. The American Journal of Clinical Nutrition, 110(4), 842–861. https://doi.org/10.1093/ajcn/nqz155 DOI
  8. Plichta, M. M., & Scheres, A. (2014). Ventral‑striatal responsiveness during reward anticipation in ADHD and its relation to trait impulsivity in the healthy population: A meta‑analytic review of the fMRI literature. Neuroscience and Biobehavioral Reviews, 38, 125–134. https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2013.07.012 DOI
  9. Depp, C. A., & Jeste, D. V. (2012). Meta‑analysis of the association between cognitive abilities and everyday functioning in bipolar disorder. Bipolar Disorders, 14(3), 217–227. https://doi.org/10.1111/j.1399‑5618.2012.01011.x DOI
21.000+ lezers

Nieuwsbrief

Elke maand iets gezonds in je inbox.

Auteur

Claire Orth
Claire Orth BSc

Tekstschrijver en communicatieadviseur gezondheid & leefstijl| Diëtist

Gerelateerde artikelen