Verzadigd vet: is het ongezond?
Kernboodschap: Minder verzadigd vet eten verlaagt het aantal hartinfarcten en beroertes met ongeveer 17%, maar verlengt het leven niet aantoonbaar. Vervang je verzadigd vet door onverzadigd vet uit olie, noten en vis, dan is de winst groter; vervang je het door suiker en wit meel, dan verdwijnt het effect.

Zeventig jaar lang hoorde je het overal: eet minder vet, want van vet word je dik en krijg je hart- en vaatziekten. Vooral verzadigd vet, uit boter, vlees en kaas, kreeg de schuld. Maar klopt dat beeld nog wel? In dit artikel lees je waar het 'eet minder vet'-advies vandaan komt, wat het onderzoek sindsdien laat zien, en welke vetten je het best kunt kiezen. Je zult zien dat het advies te simpel was: niet vet zelf, maar de verschuiving naar suiker en ultrabewerkt voedsel lijkt de meeste schade te hebben aangericht.
Leestijd: 12 minuten
Kernboodschappen van dit artikel
- Het advies was te simpel: minder verzadigd vet eten verlaagt de kans op een hartinfarct of beroerte licht, maar verlengt het leven niet aantoonbaar.
- De context bepaalt: bij te veel calorieën en koolhydraten is verzadigd vet wel ongunstig. Bij een koolhydraatarm patroon wordt vet juist als brandstof gebruikt.
- Vervanging telt: verzadigd vet vervangen door suiker en wit meel helpt niet. Vervangen door onverzadigd vet uit olie, noten en vis helpt waarschijnlijk wel, al is de winst bescheiden.
- Zaadoliën: geen reden voor angst: het idee dat zonnebloem- of koolzaadolie ontsteking aanjaagt, wordt door menselijk onderzoek niet bevestigd.
- De grote verschuiving: we aten minder vet en meer geraffineerde koolhydraten en ultrabewerkt voedsel. Daar lijkt veel gezondheidsschade vandaan te komen.
- Kies onbewerkt: de belangrijkste scheidslijn loopt niet tussen verzadigd en onverzadigd vet, of tussen vet en koolhydraten, maar tussen onbewerkt en ultrabewerkt voedsel.
1. Waar komt het 'eet minder vet'-advies vandaan?
In de jaren '50 zagen artsen in westerse landen het aantal hartaanvallen stijgen. De Amerikaanse onderzoeker Ancel Keys zocht naar de oorzaak. Hij kwam met de dieet-hart hypothese: verzadigd vet verhoogt je cholesterol, en dat cholesterol verstopt je bloedvaten.
Keys onderbouwde dit met zijn beroemde Zeven Landen Studie. Daarin vergeleek hij de voeding en gezondheid van mannen in zeven landen. Landen waar mensen veel verzadigd vet aten, hadden meer hartziekten. Overheden namen het advies over: eet minder vet, en vooral minder verzadigd vet.
Dat advies had grote gevolgen. We gingen boter vervangen door margarine, vlees door magere producten, en vet door koolhydraten zoals brood, pasta en rijst.
Maar er zat een zwakke plek in het bewijs. De Zeven Landen Studie was een cohortonderzoek: een onderzoek dat grote groepen mensen volgt en verbanden zoekt. Zulk onderzoek kan laten zien dat twee dingen samen voorkomen. Het kan niet bewijzen dat het ene het andere veroorzaakt.
Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Mensen die zoute snacks eten in het café, hebben vaker een alcoholprobleem. Komt dat door de snacks? Natuurlijk niet. Mensen die veel in het café zitten, eten daar nu eenmaal vaker snacks. Een verband is dus nog geen oorzaak.
Wat is verzadigd vet?
Vetten zijn opgebouwd uit ketens van koolstof- en waterstofatomen. De vorm van die keten bepaalt het type:
- Verzadigd vet: vast bij kamertemperatuur. Denk aan boter, vet in vlees en kokosolie.
- Onverzadigd vet: meestal vloeibaar. Denk aan olijfolie, avocado, noten en de vetten in vette vis.
Lang gold verzadigd vet als 'slecht' en onverzadigd vet als 'goed'. Het onderzoek hieronder laat zien dat die indeling te simpel is.
2. Wat zegt het onderzoek over verzadigd vet?
Sinds Keys is er veel beter onderzoek gedaan. Dat schetst een ander beeld.
Bevolkingsstudies vinden geen duidelijk verband
Een samenvatting van 21 cohortstudies, met bijna 350.000 mensen, vond geen verband tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten [1]. Een tweede grote samenvatting kwam tot dezelfde conclusie en zette vraagtekens bij het advies om verzadigd vet te beperken [2]. (Zo'n samenvatting heet een meta-analyse: een studie die de uitkomsten van veel onderzoeken bij elkaar optelt.)
De PURE-studie volgde 135.000 mensen in 18 landen. Mensen die meer koolhydraten aten, hadden een grotere kans om vroegtijdig te overlijden. Mensen die meer vet aten, juist een kleinere. Verzadigd vet hing zelfs samen met iets minder kans op een beroerte [3]. Ook dit is cohortonderzoek, dus voorzichtigheid is geboden: de mensen die het meeste koolhydraten aten, woonden vaak in armere landen met veel witte rijst en weinig variatie. Een deel van dit verband zegt dus iets over armoede en voedselkwaliteit, niet alleen over vet of koolhydraten.
"Geen verband" betekent overigens niet "veilig bewezen". Het betekent dat verzadigd vet niet de duidelijke hoofdschuldige is die het advies ervan maakte.
Streng onderzoek: wel iets minder hartincidenten, geen langer leven
Cohortonderzoek toont alleen verbanden. Voor oorzaak en gevolg heb je gerandomiseerd onderzoek nodig: mensen worden willekeurig in twee groepen verdeeld, met elk een ander voedingspatroon. Zo'n opzet is de beste manier om te testen of iets echt werkt.
Het meest complete overzicht hiervan is een Cochrane-review uit 2020, die vijftien van zulke studies samen analyseerde (ruim 56.000 mensen). De uitkomst is genuanceerd. Minder verzadigd vet eten verlaagde het aantal hart- en vaatziekten, zoals hartinfarcten en beroertes, met ongeveer 17 procent. Maar het zorgde niet voor een langer leven: in beide groepen overleden even veel mensen [4]. Hoe sterker mensen hun verzadigd vet verminderden, hoe groter de daling van die hartincidenten.
Minder verzadigd vet eten is dus niet zinloos, maar de winst is bescheidener dan het oude advies beloofde: je verkleint vooral de kans op een hartinfarct of beroerte, niet de kans om te overlijden. Een kritische heranalyse van eerdere studies komt tot een vergelijkbaar beeld en benadrukt dat de winst klein is en sterk afhangt van waarmee je het vet vervangt [5].
Wat je verder eet bepaalt of verzadigd vet schadelijk is
Betekent dit dat verzadigd vet altijd onschuldig is? Dat hangt af van waar je het mee eet.
In een onderzoek waarbij mensen flink werden overvoed, gaf verzadigd vet de grootste toename van levervet en insulineresistentie, meer dan suiker [6]. Insulineresistentie betekent dat je cellen minder goed op het hormoon insuline reageren; het is een belangrijke stap richting diabetes type 2. In zo’n situatie werkt verzadigd vet dus negatief.
Echter, bij een koolhydraatarm patroon (dat typisch veel verzadigd vet bevat) verbrandt je lichaam vet juist als brandstof. In onderzoek bij mensen met overgewicht of diabetes type 2 verbeterde een koolhydraatarm dieet de meeste bloedwaarden: lagere triglyceriden (een vet in het bloed), hoger HDL ('goed' cholesterol), een lagere bloeddruk en minder buikvet [7].
Eén waarde gaat bij een deel van de mensen die koolhydraatarm eet soms wel de verkeerde kant op: het LDL-cholesterol ('slecht' cholesterol) stijgt [8,9]. Hoe erg dat is, hangt af van hoeveel het stijgt en wat er met je overige bloedwaarden gebeurt. In bevolkingsonderzoek is LDL een echte, maar tamelijk zwakke voorspeller van hartziekten. Triglyceriden en vooral insulineresistentie wegen zwaarder, en juist die verbetert een koolhydraatarm patroon [10]. Voor veel mensen verbetert het totale risicoprofiel daardoor, ondanks de hogere LDL. Maar bij wie het LDL fors stijgt, is dat geen vrijbrief: laat je waarden controleren en bespreek ze met je huisarts.
Kortom, wat je naast verzadigd vet eet maakt uit voor hoe schadelijk verzadigd vet is, of niet. Maar kan het vervangen van verzadigd vet door iets anders leiden tot gezondheidsvoordelen, of juist niet. Daar gaan de volgende secties over.
3. Vervang verzadigd vet door onverzadigd vet
De mogelijke winst van minder verzadigd vet hangt verder sterk af van wat je ervoor in de plaats eet. De Amerikaanse hartstichting (American Heart Association) bekeek dezelfde studies en concludeerde dat het vervangen van verzadigd vet door onverzadigd vet de kans op hart- en vaatziekten met ongeveer 30 procent verlaagt [11]. Gerandomiseerd onderzoek wijst dezelfde kant op: een samenvatting van streng opgezette studies vond dat meer onverzadigd vet in plaats van verzadigd vet het aantal hartinfarcten met ongeveer 19 procent verlaagde [12].
Die winst is wel bescheiden en niet onomstreden. Toen onderzoekers de verloren data van een oude, streng opgezette studie terughaalden, bleek dat vervanging van verzadigd vet door plantaardige olie weliswaar cholesterol fors verlaagde, maar niet leidde tot minder sterfte [13]. De samenvatting is dus genuanceerd: vervangen door onverzadigd vet verlaagt waarschijnlijk het aantal hartinfarcten, maar een langer leven is er niet duidelijk mee aangetoond.
Het verschil zit dus vooral in waardóór je het vet vervangt. Vervang je verzadigd vet door suiker en wit meel, dan win je niets. Vervang je het door onverzadigd vet uit olie, noten en vis, dan is er waarschijnlijk wel gezondheidswinst. De discussie gaat niet over "vet goed of slecht", maar over wat ervoor in de plaats komt.
Niet het hele 'eet minder vet'-advies was dus fout. Het deel dat overeind bleef - vervang verzadigd vet door onverzadigd vet - wordt nog steeds aanbevolen door gezondheidsorganisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie [14].
4. Veroorzaken zaadoliën (onverzadigd vet) ontstekingen?
Verzadigd vet vervangen door onverzadigd vet betekent in de praktijk vaak: meer plantaardige olie. Zaadoliën zoals zonnebloem- en koolzaadolie zijn precies zulk onverzadigd vet. Toch hoor je online vaak dat ze juist ontsteking aanjagen. Dat zou vervelend zijn als we verzadigd vet vervangen door zaadoliën. Maar klopt dit wel?
Menselijk onderzoek bevestigt het niet. Een samenvatting van vijftien gerandomiseerde studies vond geen stijging van ontstekingswaarden in het bloed bij meer omega-6 (linolzuur, het vetzuur dat veel in deze oliën zit) [15]. Die studies keken vooral naar ontstekingswaarden op korte termijn, dus helemaal dichtgetimmerd is de discussie niet. Maar er is geen menselijk bewijs dat zaadolie het hart schaadt.
Sterker nog: boter en margarine vervangen door plantaardige olie hing in een groot onderzoek samen met een lagere kans om vroegtijdig te overlijden [16]. Er is dus geen goede reden om noten, zaden of plantaardige oliën te mijden uit angst voor ontsteking. JLAM schreef hier een apart artikel over: Veroorzaakt inname van omega-6-vetzuren laaggradige ontsteking?.
5. Van vet naar suiker en ultrabewerkt voedsel
En juist daar ging het mis. We aten minder vet, maar vervingen het niet door onverzadigd vet. We vervingen het door geraffineerde koolhydraten - suiker, wit brood en witte rijst - en door ultrabewerkt voedsel. Beide pakten ongunstig uit.
Waarom de overstap naar koolhydraten averechts werkte
Waarom hielp het niet om vet te vervangen door geraffineerde koolhydraten? Een deel van het antwoord zit in je lever. Veel mensen denken dat het verzadigd vet in hun bloed vooral van het vet op hun bord komt. Dat blijkt maar deels zo te zijn: krijg je te veel geraffineerde koolhydraten binnen, dan maakt je lever daar zelf verzadigd vet van.
In een goed gecontroleerd voedingsonderzoek aten mensen stap voor stap minder koolhydraten en meer vet. Toch steeg het verzadigd vet in hun bloed niet [17]. Méér koolhydraten zorgden juist voor meer palmitoleïnezuur in het bloed: een vetzuur dat samenhangt met een hoger risico op hart- en stofwisselingsziekten. Ander streng onderzoek bevestigt dat mechanisme: enkele dagen koolhydraatrijk eten zet de vetproductie in je lever aan en verhoogt datzelfde palmitoleïnezuur [18]. Zo kon de overstap van vet naar suiker en wit meel het hart- en stofwisselingsrisico juist verhogen in plaats van verlagen.
En het ultrabewerkte voedsel
Naast die verschuiving naar geraffineerde koolhydraten kwam er nog iets bij: ultrabewerkt voedsel. Dat is eten en drinken dat met industriële processen wordt gemaakt. Het bevat vaak stoffen die je thuis niet in de keuken hebt, zoals emulgatoren (bindmiddelen) en smaakversterkers. Denk aan chips, koek, snoep, frisdrank en kant-en-klaarmaaltijden.
De voedingsindustrie speelde in op de 'minder vet'-trend. Light-producten met minder vet kregen vaak extra suiker, zout en hulpstoffen om ze lekker te houden. Denk aan magere yoghurt met smaakjes of halvarine in plaats van boter. Ultrabewerkte producten leveren inmiddels ongeveer 61 procent van de calorieën in het gemiddelde Nederlandse dieet, en bij kinderen nog meer [19].
Dat blijft niet zonder gevolgen. Mensen die het meeste ultrabewerkte voedsel eten, hebben ruim 60 procent meer kans om vroegtijdig te overlijden dan mensen die er weinig van eten [20]. En het risico stijgt mee met de hoeveelheid: elke 10 procent meer ultrabewerkt voedsel in het dieet hing samen met ongeveer 12 procent meer kans op hart- en vaatziekten [21] en ongeveer 15 procent meer kans op diabetes type 2 [22].
6. Welke vetten kun je het best kiezen?
De rode draad door al dit onderzoek is niet "vet goed of slecht", maar: hoe bewerkt is het voedsel? Dat is de vraag die er in de supermarkt toe doet. Kijk dus niet zozeer naar het vetpercentage of het type vet, maar naar de bewerkingsgraad. Het bord-kompas hieronder zet op een rij welke vette producten je ruim kunt kiezen, met mate, of beter beperkt.

Het bord-kompas: niet de hoeveelheid vet bepaalt je keuze, maar hoe bewerkt het product is. Download als printbaar werkblad (PDF).
Onbewerkt en licht bewerkt voedsel met vet is een prima keuze. Denk aan eieren, vis, onbewerkt vlees, volle zuivel, kaas, boter, avocado, olijfolie en noten. Ook de verzadigde vetten in deze producten horen daarbij. Voor geen van deze producten is een schadelijk verband met hart- en vaatziekten gevonden. Sommige hangen zelfs samen met een lager risico: regelmatig vette vis eten met minder kans op sterfte door hartziekten [23], en olijfolie met minder hart- en vaatziekten en sterfte [24].
Bij vlees is er één nuance. Voor onbewerkt rood vlees is het bewijs voor een negatief effect op hart- en vaatziekten en algehele sterfte zwak tot zeer zwak [25]. Bewerkt vlees, zoals worst, salami en ontbijtspek, hangt wel samen met meer kans op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 [26].
Het voedsel dat je het best beperkt, is ultrabewerkt: fast food, koekjes, gebak en kant-en-klaarmaaltijden. Of daar nu veel of weinig vet in zit, maakt minder uit dan de bewerkingsgraad.
7. Tot slot
Het 'eet minder vet'-advies kwam voort uit goede bedoelingen, maar bleek te simpel. Minder verzadigd vet eten levert een bescheiden winst op, maar vooral als je het vervangt door onverzadigd vet, niet door suiker of wit meel. En juist dat laatste deden we massaal, samen met een verschuiving naar ultrabewerkt voedsel. Niet vet op zich is dus het probleem, maar waarmee we het vervingen en hoe bewerkt ons eten werd.
Wat betekent dit voor je bord? Kies vooral natuurlijke, onbewerkte bronnen van vet: eieren, vis, onbewerkt vlees, volle zuivel, kaas, boter, noten, avocado en olijfolie. Ook de verzadigde vetten daarin horen erbij. Beperk vooral ultrabewerkte producten, zoals fast food, koek, gebak en bewerkt vlees zoals worst en vleeswaren. Een handige vuistregel bij het boodschappen doen: kijk niet naar het vetpercentage op de verpakking, maar naar de ingrediëntenlijst. Hoe korter en herkenbaarder die lijst, hoe beter. Meer weten over gezonde voeding? Kijk op de voedingspagina van Je Leefstijl Als Medicijn.
Veelgestelde vragen
Is verzadigd vet nu gezond of ongezond?
Het hangt van de context af. Op zichzelf is verzadigd vet uit onbewerkt voedsel geen aangetoonde hoofdoorzaak van hart- en vaatziekten. Maar bij een overschot aan calorieën en koolhydraten werkt het wel ongunstig. Verzadigd vet is dus niet "altijd goed" en niet "altijd slecht".
Moet ik dan onbeperkt boter en vlees eten?
Nee. De kern is niet "meer vet", maar "minder bewerkt". Onbewerkte producten met natuurlijk vet passen prima in een gezond patroon. Let vooral op de totale hoeveelheid calorieën en op hoeveel ultrabewerkt voedsel je eet.
Zijn zaadoliën zoals zonnebloemolie ongezond?
Menselijk onderzoek laat niet zien dat zaadoliën ontsteking aanjagen of het hart schaden. Er is geen reden om noten, zaden en plantaardige oliën te mijden. Sterk bewerkte producten met veel van deze oliën, zoals fast food, kun je wel beter beperken.
Is een koolhydraatarm dieet dan goed voor mijn hart?
Vaak verbetert het de meeste bloedwaarden: lagere triglyceriden, hoger HDL, lagere bloeddruk en minder buikvet. Bij een deel van de mensen stijgt wél het LDL-cholesterol. Omdat LDL een oorzaak is van hart- en vaatziekten, is zo'n stijging wél iets om serieus te nemen: laat je hele bloedprofiel controleren en bespreek het met je huisarts, zeker als het LDL fors omhooggaat.
Waarom kreeg vet dan zo lang de schuld?
Het advies stoelde vooral op onderzoek dat verbanden liet zien, niet oorzaken, en de verwachte winst bleek later veel kleiner dan gehoopt. Bovendien hielp het advies de voedingsindustrie aan een stroom 'light'-producten vol suiker, waardoor de aandacht verschoof van vet naar de verkeerde vervanging.
Bronnen
27 Wetenschappelijke bronnen
- Siri-Tarino PW, Sun Q, Hu FB, Krauss RM. Meta-analysis of prospective cohort studies evaluating the association of saturated fat with cardiovascular disease. Am J Clin Nutr. 2010;91(3):535-46. DOI
- Chowdhury R, Warnakula S, Kunutsor S, et al. Association of dietary, circulating, and supplement fatty acids with coronary risk: a systematic review and meta-analysis. Ann Intern Med. 2014;160(6):398-406. DOI
- Dehghan M, Mente A, Zhang X, et al. Associations of fats and carbohydrate intake with cardiovascular disease and mortality in 18 countries from five continents (PURE): a prospective cohort study. Lancet. 2017;390(10107):2050-62. DOI
- Hooper L, Martin N, Jimoh OF, et al. Reduction in saturated fat intake for cardiovascular disease. Cochrane Database Syst Rev. 2020;8(8):CD011737. DOI
- DuBroff R, de Lorgeril M. Fat or fiction: the diet-heart hypothesis. BMJ Evid Based Med. 2021;26(1):3-7. DOI
- Luukkonen PK, Sädevirta S, Zhou Y, et al. Saturated fat is more metabolically harmful for the human liver than unsaturated fat or simple sugars. Diabetes Care. 2018;41(8):1732-9. DOI
- Choi YJ, Jeon SM, Shin S. Impact of a ketogenic diet on metabolic parameters in patients with obesity or overweight and with or without type 2 diabetes: a meta-analysis of randomized controlled trials. Nutrients. 2020;12(7):2005. DOI
- Chang C, Liu Y, Rohani P, et al. The impact of the ketogenic diet on the lipid profile in adults: a comprehensive review and meta-regression analysis of randomized controlled trials. Endocr Pract. 2026;32(5):819-828. DOI
- Feng S, Liu R, Thompson C, et al. Effects of carbohydrate-restricted diets and macronutrient replacements on cardiovascular health and body composition in adults: a meta-analysis of randomized trials. Am J Clin Nutr. 2025;122(5):1461-1478. DOI
- Dugani SB, Moorthy MV, Li C, et al. Association of lipid, inflammatory, and metabolic biomarkers with age at onset for incident coronary heart disease in women. JAMA Cardiol. 2021;6(4):437-447. DOI
- Sacks FM, Lichtenstein AH, Wu JHY, et al. Dietary fats and cardiovascular disease: a presidential advisory from the American Heart Association. Circulation. 2017;136(3):e1-e23. DOI
- Mozaffarian D, Micha R, Wallace S. Effects on coronary heart disease of increasing polyunsaturated fat in place of saturated fat: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. PLoS Med. 2010;7(3):e1000252. DOI
- Ramsden CE, Zamora D, Majchrzak-Hong S, et al. Re-evaluation of the traditional diet-heart hypothesis: analysis of recovered data from Minnesota Coronary Experiment (1968-73). BMJ. 2016;353:i1246. DOI
- World Health Organization. Saturated fatty acid and trans-fatty acid intake for adults and children: WHO guideline. Geneva: World Health Organization; 2023.
- Johnson GH, Fritsche K. Effect of dietary linoleic acid on markers of inflammation in healthy persons: a systematic review of randomized controlled trials. J Acad Nutr Diet. 2012;112(7):1029-41. DOI
- Zhang Y, Zhuang P, Wu F, et al. Cooking oil/fat consumption and deaths from cardiometabolic diseases and other causes: prospective analysis of 521,120 individuals. BMC Med. 2021;19(1):92. DOI
- Volk BM, Kunces LJ, Freidenreich DJ, et al. Effects of step-wise increases in dietary carbohydrate on circulating saturated fatty acids and palmitoleic acid in adults with metabolic syndrome. PLoS One. 2014;9(11):e113605. DOI
- Chong MF, Hodson L, Bickerton AS, et al. Parallel activation of de novo lipogenesis and stearoyl-CoA desaturase activity after 3 d of high-carbohydrate feeding. Am J Clin Nutr. 2008;87(4):817-23. DOI
- Vellinga RE, van Bakel M, Biesbroek S, et al. Evaluation of foods, drinks and diets in the Netherlands according to the degree of processing for nutritional quality, environmental impact and food costs. BMC Public Health. 2022;22(1):877. DOI
- Rico-Campà A, Martínez-González MA, Alvarez-Alvarez I, et al. Association between consumption of ultra-processed foods and all cause mortality: SUN prospective cohort study. BMJ. 2019;365:l1949. DOI
- Srour B, Fezeu LK, Kesse-Guyot E, et al. Ultra-processed food intake and risk of cardiovascular disease: prospective cohort study (NutriNet-Santé). BMJ. 2019;365:l1451. DOI
- Srour B, Fezeu LK, Kesse-Guyot E, et al. Ultraprocessed food consumption and risk of type 2 diabetes among participants of the NutriNet-Santé prospective cohort. JAMA Intern Med. 2020;180(2):283-91. DOI
- Zheng J, Huang T, Yu Y, et al. Fish consumption and CHD mortality: an updated meta-analysis of seventeen cohort studies. Public Health Nutr. 2012;15(4):725-37. DOI
- Guasch-Ferré M, Hu FB, Martínez-González MA, et al. Olive oil intake and risk of cardiovascular disease and mortality in the PREDIMED Study. BMC Med. 2014;12:78. DOI
- Zeraatkar D, Han MA, Guyatt GH, et al. Red and processed meat consumption and risk for all-cause mortality and cardiometabolic outcomes: a systematic review and meta-analysis of cohort studies. Ann Intern Med. 2019;171(10):703-710. DOI
- Micha R, Wallace SK, Mozaffarian D. Red and processed meat consumption and risk of incident coronary heart disease, stroke, and diabetes mellitus: a systematic review and meta-analysis. Circulation. 2010;121(21):2271-83. DOI
- Ference BA, Ginsberg HN, Graham I, et al. Low-density lipoproteins cause atherosclerotic cardiovascular disease. 1. Evidence from genetic, epidemiologic, and clinical studies. A consensus statement from the European Atherosclerosis Society Consensus Panel. Eur Heart J. 2017;38(32):2459-2472. DOI
Nieuwsbrief
Elke maand iets gezonds in je inbox.
Auteur

Gerelateerde artikelen
ArtikelDr. Yvo Sijpkens over verzadigd vet en cholesterol in een ketogene leefstijl
Aderverkalking ontstaat door een ontstekingsproces als gevolg van roken, zonlichttekort, hypertensie en hoge glucose- en insulinespiegels.
ArtikelVoeding in plaats van vulling over vetten koolhydraten eiwitten en calorieën
Voeding in plaats van vulling. Sportarts Hans van Kuijk en leefstijlspecialisten Nina de Rooij en Wim Tilburgs geven praktische voeding tips.
WetenschapUltrabewerkt voedsel
De bewijzen stapelen zich op: ultrabewerkt voedsel brengt grote gezondheidsrisico's mee. Waar zitten die risico's en hoe herken je ultrabewerkt voedsel?
WetenschapHart- en vaatziekten: hoe jij met leefstijl het risico kunt verkleinen
Leefstijl en hart- en vaatziekten: ontdek hoe je met leefstijlveranderingen het risico kunt verlagen. Lees wetenschappelijke inzichten en praktische tips.
WetenschapLeververvetting (MASLD): wat je zelf kunt doen om je lever te herstellen
Leververvetting (MASLD) is veelvoorkomende chronische leveraandoening met vetstapeling door metabole ontregeling, insulineresistentie en laaggradige ontsteking
WetenschapOmega-6-vetzuren: veroorzaken ze laaggradige ontsteking?
Verstoorde omega-6/omega-3-verhouding: moet je bang zijn voor ontsteking? Dit artikel over omega-6 vetzuren zet biochemie en menselijk bewijs naast elkaar.
